| privacystatement | disclaimer |

Historie

Ontstaan van de PPCG, onder de vlag van de NPCF.

 

De NPCF heeft een belangrijke bijdrage geleverd in de voorwaarden en inhoudelijke elementen van de patiëntenwet. Het Platform van Patiëntenorganisaties op het gebied van Complementaire Gezondheidszorg (PPCG) maakt sinds januari 2008 deel uit van de NPCF en behartigt in dit kader een overkoepelend belang. PPCG is een bundeling van krachten van patiëntenorganisaties die affiniteit hebben met deze vorm van zorg. Ieder jaar gebruiken meer dan 1,5 miljoen mensen in Nederland enige vorm van complementaire gezondheidszorg. Cijfers tijdens het congres Fusion in maart 2007: 8 procent van de gehele Nederlandse bevolking, 15 procent bij chronische klachten en 30 procent bij kinderen. Volgens TNS NIPO zijn de ervaringen van deze groep patiënten ‘bijzonder positief’. Als we daar ook nog de complementair werkende huisartsen bij betrekken, gaat het om 11 procent van de gehele bevolking. De belangen van deze patiënten zouden beter moeten worden behartigd dan momenteel gebeurt.

PPCG streeft naar een algehele erkenning van betrouwbare hoogwaardige complementaire geneeswijzen door overheden, zorgverleners en verzekeraars. Zij werkt daartoe samen met andere partijen in dit veld, waaronder de artsen en onderzoekers. PPCG wil de schakel zijn tussen patiëntenorganisaties, hulpverleners en onderzoekers om gezamenlijk erkenning van de complementaire zorg in Nederland te bevorderen. Alleen op deze manier ontstaat een integrale benadering met het beste uit de reguliere en complementaire geneeswijzen. Complementaire gezondheidszorg omvat onder meer acupunctuur, antroposofische gezondheidszorg, homeopathie, manuele geneeskunde, natuurgeneeskunde en neuraaltherapie. Deze wordt verleend door artsen en andere zorgverleners, naast reguliere zorg of in plaats daarvan. Teneinde de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland te verbreden, streven patiëntenorganisaties, complementaire artsenorganisaties en wetenschappers naar een meer integrale geneeskunde. Dit naar richtlijnen van de WHO en internationaal voorbeeld, waarbij regulier werkende artsen en complementair werkende artsen meer samenwerken dan in Nederland. Zij doen dit vanuit de overtuiging dat een integrale benadering van de gezondheidszorg niet alleen de kwaliteit en innovatie van de geneeskunde in Nederland stimuleert, maar ook die van het onderwijs, het onderzoek, het toezicht en de regelgeving.